home | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | 5 EURO bij aanmelding. 1 EURO per 2 vrienden. X EURO per bericht. punt.nl

 

Sunn O)))
Muziek/Concert | 01 Februari 2010 | 22:06:51
Sunn O)))

(Paradiso, 26 januari 2010)
 
Als je gelovig bent, of bijgelovig, heeft alles een reden. Dan moet het zo zijn. Als enige in de straat maak ik mijn stoep sneeuw- en ijsvrij. Ik vind een stuiver en ben blij. Dit is een symbolische beloning die ik nooit had gekregen als ik niet een week eerder bij de Blokker een sneeuwschep gekocht had. In het onvolprezen tijdschrift Gonzo (circus) staat een In Memoriam naar aanleiding van het plotselinge overlijden van de Grol: “We zouden elkaar dinsdag a.s. zien bij Sunn O))) en weer eens bijpraten. Maar weglopen bij Sunn O))), neen dat zal nooit meer gebeuren...” Aan het einde van deze gitzwarte week staat Sunn O))) in Paradiso. Bij een vorig bezoek aan Sunn O))) schreef ik dat hun muziek het lichaam zuivert en de geest leeg maakt. Nooit komt een concert Sunn O))) zo gelegen. Het kan geen toeval zijn, hoe macaber ook.

Sunn O))) haalt het zelfde trucje uit als vorig jaar in de Armeniuskerk. Draaiden ze toen een ellenlange introtape waarop Kees Casio los ging op een kerkorgel, vanavond worden we getracteerd op twintig minuten Tibetaanse gorgelzang. Intussen staat de zaal vol met rook. De ergernis groeit, de verveling (en de behoefte aan een peuk) neemt toe, maar net als ik naar de rookruimte wil vertrekken, stapt Steve Moore in monnikspij het podium op. Hij gaat achter een tafel met allerlei electronica staan. Al snel voegen vader-oversten Anderson en O’Malley zich bij hem.

Dit is de Monoliths & Dimensions tour. Vocalist Atilla Chisar heeft daarin een prominente rol. Tien minuten lang aanbidt hij de microfoon en prevelt met een grommende kikkerstem diepzinnige teksten. Vervolgens knielt hij neder, staat krijsend weer op, struikelt over zijn monnikspij en kukelt van het podium af. Anderson kijkt tussen twee akkoorden even naar Atilla, maar speelt onaangedaan verder. Even denkt iedereen dat het bij de act hoort, maar als Atilla na enige tijd langs de zijkant wordt afgevoerd, blijkt hij zich toch bezeerd te hebben. Anderson neemt nog een slok van zijn fles wijn. Als Sunn O))) zich echt om pijn van anderen zou bekommeren, zouden ze voortaan wel unplugged spelen. O’Malley zwaait met zijn gitaar langs de versterkers   alsof het een ruitenwisser zijn. Moore haalt een bazooka te voorschijn, oh nee, het is een trombone. Het klagelijke geschal klinkt van een olifant die de dodenakker van zijn voorvaderen bezoekt. Achter mij proberen twee figuren een gesprek met elkaar aan te knopen. Hun stemmen klinken krakerig, alsof een radio net niet goed is afgestemd.

In Het Parool werd het concert aangekondigd als een theatrale show met koorzang, kostuums en meer. Tsja, zo kan je het ook bekijken. Een concert van Sunn O))) lijkt op deze manier ook aantrekkelijk voor bewoners uit Oud-Zuid met een 65+-pas en voor zesdeklassers van het Barlaeus met het vak Cultuur & Maatschappij in hun pakket. Het gerucht ging dat het uitverkocht was. Ik denk eerder dat Paradiso na deze aankondiging direct de kaartverkoop gestaakt heeft om schade aan onbedorven oortjes te voorkomen. Toch staat er een blond meisje staan van nog lang geen twintig, gebogen, met de vingers in de oren, heel ongelukkig te kijken. Ik krijg bijna, bijna medelijden met haar.

Net als mijn rechterbeen gevoelloos is geworden door het drillende geluid dat vanaf het podium door de houten vloer zich een weg baant naar mijn lichaam, is het concert afgelopen. Sunn O))) maakt een diepe buiging. Een deel van het publiek is voortijdig gevlucht. Het is Sunn O))) weer gelukt. Wij praten na en komen als veteranen, met pedant de borst vooruit en het hoofd geheven, tot de conclusie dat Sunn O))) vroeger harder was...



Vereeuwigd door Seco
Lof & Haat | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 12

5 EURO bij aanmelding. 1 EURO per 2 vrienden. X EURO per bericht.

Arjen Grolleman
Radio/Kink FM | 20 Januari 2010 | 22:47:24
Muzikale peetbroeder

(20 januari 2010)
   
Arjen Grolleman
(1972-2010)

Het is alweer een paar jaar geleden dat ik voor het laatst gehuild heb.

Ik kwam 17.15u thuis van mijn werk en knalde gewoontegetrouw KinK FM aan voor het programma Avondland. De computer in Hilversum speelde voor DJ. Vreemd. Om 18.00u draaide de computer nog steeds plaatjes. Zou een systeem bij KinK uitgevallen zijn? Is de satelliet verkouden? Ik ging naar de twitteraccount van Grol. De laatste keer dat hij een berichtje plaatste was rond middennacht. Merkwaardig voor iemand die vorige week in Carré een prijs in ontvangst nam voor Twitteraar van het Jaar. Ik kreeg een onheilspellend gevoel en ging andere twitteraccounts langs. Niemand had die dag iets geplaatst. Uiteindelijk vond ik een berichtje: "Sprakeloos." Ik zocht nog verwoeder. Langs nieuwssites, fora en weer alle twitteraccounts. Hij zou toch niet...? Rond 20.00u ging de website van KinK op zwart. En ik stortte in. Zware kille nacht achter de rug met hevige buikpijnen en nachtmerries. Bij het ontwaken deed ik de computer aan. Ik las de twitter van Bob Rusche. Hartverscheurend. Weer moest ik huilen. Ik ben toch naar mijn werk gegaan. Arbeidsethos. Bovendien had ik in de ochtend telefonische spreekuur. Een goede manier om de gedachten te verzetten. In de middag kroop ik met mijn dossiers achter mijn bureau. Kon me niet concentreren. Moest denken aan Grol. En toen ik weer aan de berichten van Rusche dacht, werd het me teveel. Ik heb de computer afgesloten en ben naar huis gegaan.

Het is alweer een paar uur geleden dat ik voor het laatst gehuild heb.

Vijftien jaar geleden kwam ik in Amsterdam wonen, bijna gelijktijdig met de oprichting van KinK FM. Ik had/heb niet veel vrienden. Daar doe ik niet aan. Iets met desinteresse van mijn kant. De radio is mijn vriend. Staat altijd voor je klaar. Een druk op de knop is voldoende. Een radio kan je ook uit zetten. KinK FM werd mijn favoriete zender. Overdag een niets-aan-de-handmix van alternatieve muziek. In de avonduren specialistische programma’s met bijvoorbeeld ska, hiphop of heavy metal. En op zondagavond X-Rated. Thuiskomen van mijn werk, betekende KinK FM aanzetten voor het programma Avondland. Grol draaide daarin muziek van Roland Kaiser tot Laibach, van Anal Cunt tot godbetert The Scorpions. Sleutelwoord: enthousiasme. Tussen de nummers in hield hij tirades over honden en kinderen, deed zijn Extinceimitatie, maar kon ook vurig vertellen over literatuur, musea en het loodzware borstbeeld van Diogenes dat bij hem thuis staat. Avondland was een achtbaanrit met Grol aan het stuur. Iedereen wist dat het onmogelijk was om zondagavond met mij een afspraak te maken. Die avond had ik ingeruimd voor de spookuren. Samen met Ohm Bob draaide Grol dan een ijzingwekkende combinatie van dark wave, poëzie, paganistische folk, spoken word, industrial en power electronics. Elke zondagavond werden mijn oren gereinigd, en misschien mijn ziel ook wel een beetje. Ik leerde Coil kennen, een collectief dat mijn muzikale smaak een peilloze verdieping gaf.

Ik heb Grol nooit persoonlijk gekend. En dat is goed. Radio is magie. Als geluid je raakt, is dat genoeg. Zijn stem, visie en smaak maakten vijftien jaar deel uit van mijn leven en zal ik in mijn gedachten blijven koesteren. Grol is mijn kompas. Naar verluidt is hij van de trap gevallen. John Balance is nooit ver weg.



Vereeuwigd door Seco
Lof & Haat | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 14


Knuffelspuug
Amsterdam/Uitgaansleven | 30 December 2009 | 21:58:29
Knuffelspuug

(30 december 2009)

Wat doe je eigenlijk in een Chronicleloos tijdperk? Mijn trommelvliezen bijvoorbeeld laten bestralen door de Atoomjukebox van Stoffer & Bentz. Een plan van aanpak schrijven voor mijn werkgever. Een ouwe computer in het IJ verzuipen, nadat alle bestanden op de nieuwe zijn overgezet. En uitvindingen doen. Eerder vond ik het kubusvinyl uit: een dobbelsteen op elpeeformaat, op zes kanten bespeelbaar, handig verpakt in een houten kist, vooral geschikt voor progrockconcertregistraties. Mijn volgende geniale ingeving zal het drugsgebruik in de partyscene een serieuze en hoognodige frisse impuls geven.

Met het persoonlijk voor mij ter ziele gaan van mijn stamkroeg, ben ik vooral een thuisdrinker geworden. Doch, ongeveer een keer per twee weken mag ik de nazit bijwonen in een culturele gelegenheid te Amsterdam. Het rolluik is halfgesloten, we zitten op het stoepje, sigaretten branden. Een paar panden verderop is de Jimmy Zoo, een soort dierentuin voor gierende hormoontjes. Een club die enkele jaren terug populair was, omdat je daar live profvoetballers en soapsterretjes kon spotten. De bezoekers van nu hopen nog steeds een Bijna Bekende Nederlander tegen te komen, voor een praatje over niets, om een drankje mee te delen, een tongzoen uit te wisselen, een wipje te ritselen of hem tot een sprookjeshuwelijk te verleiden dat moet uitdraaien op een lucratieve echtscheiding en een exclusief interview in de Telegraaf.

Gezeten op het stoepje zie ik stoere gozers op scooters. Nou ja, stoer, ze kleden zich zo. Haartjes in het vet, leren jasje, overhemd subtiel gekreukt. In mijn wereld zijn mannen die langer dan tien seconden in de spiegel kijken en een luchtje gebruiken niet stoer, maar verwijfd. Hun scooters parkeren ze recht voor mijn neus. Het alarm gaat af, zodra ik naar een scooter kijk. Van de andere kant van de straat komen de dames aanlopen. Hoge hakken, haar golvend. Jurkjes zo dun, zo klein, zo nietserig, dat ik het er koud van krijg. Ze hebben geen jas aan, want anders kan niemand hun decolleteetje zien. De dames en heren zijn druk bezig met sms’en en bellen. Hij wil haar laten weten dat hij tien meter verderop staat. Zij sms’t terug dat ze hem ziet staan. Als ze op verzenden wil drukken, loopt ze een geparkeerde fiets omver. Het alarm van een scooter gaat nogmaals af. De groepjes ontmoeten elkaar voor de deur van de Jimmy Zoo. Een doorbitch en een beveiliger laten gefaseerd mensen naar binnen, suggererend dat het binnen stampend druk is en heet en geil en vooral superexclusief.

Prosecco glijdt naar binnen, gloeilampjes aan het plafond flikkeren ritmisch, de Jimmy Zoo-app op de iPhone maakt overuren, DJ Kont presenteert zijn platste beats. Het is bling bling all over. Ze staat daar in haar bezweette Zara-jurkje. Watjes hunkeren naar haar aandacht, maar ook naar die van haar vriendinnen, die een evenbeeld van haar zijn. Ze hadden zussen kunnen zijn, op een inteelt manier. Ze zoekt een manier om op te vallen. Pillen zijn passé, coke heeft iedereen. De enige manier om je te onderscheiden is vernieuwde coke. Tussen haar borstjes grijp ze naar een zilveren kokertje, draait het dopje er af en daar sprankelt het haar, hen, iedereen tegemoet: glittercoke. Verzameld in de kom van haar hand lijkt het net een mini-discobol. Haar hersenen exploderen als een supernova zodra ze het opsnuift. Even is ze de ster van de dansvloer. Mannen cirkelen als planeten om haar heen. Haar aantrekkingskracht is onweerstaanbaar.

Glittercoke is een gat in de markt. Het geeft elk feestje net dat beetje glamour dat het nodig heeft. Het enige probleem is de samenstelling van glittercoke. De coke zelf is een eitje. Een snufje methyl (1R,2R,3S,5S) -3- (benzoyloxy) -8- methyl -8- azabicyclo[3.2.1]octaan -2- carboxylaat is makkelijk te maken. Maar hoe krijg je de glitter in de coke? Basterdsuiker geeft niet de gewenste schittering. Vermalen glassplinters zien er prachtig uit, maar hebben een destructief effect op de luchtwegen.

Zodra glittercoke is uitontwikkeld, begin ik aan mijn volgende uitvinding: knuffelspuug. Het is voorlopig slechts een woord of een concept, de invulling komt nog. In ieder geval is het nu al het woord van het jaar 2010. Eerst maar eens werken aan de verdere ontwikkeling van glittercoke. Glittercoke is van nu. En als je hard niest, krijg je vuurwerk.

Vereeuwigd door Seco
Lof & Haat | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 22


Para
Wonen/Verhuizen | 27 Oktober 2009 | 22:14:27

Para


(27 october 2009)

Voor mijn deur staat een mannetje met een mijnwerkerslamp op zijn hoofd en een laptop vastgesnoerd aan zijn buik. “Meneer Crow? Ik kom uw huis taxeren,” zegt hij met een breekbare stem. Direct heb ik sympathie voor hem, net zoals ik een zwak heb voor dwalende blinden die hun stok zijn kwijtgeraakt en voor hondjes met halsband die alleen over straat trippelen. Ik laat hem binnen. “Bent u paranormaal begaafd? Ik voel iets in uw huis?”

Mijn gang is tien meter lang. De muren waren wit geschilderd, maar dat werd al snel saai. Twee dagen ben ik bezig geweest om met rood een ingewikkeld lijnen patroon op de muren te verven. Ik noemde het de Psychedelic Freakout. Wellicht dat dit kunstwerk naar een museum kan worden overgeplaatst en dus behouden blijft voor toekomstige generaties. Mijn huidige huis staat namelijk op instorten. Aan de overkant van mijn huis ligt nu braakliggend terrein. Over een aantal weken zal geheid worden. De scheuren in mijn huis kunnen dan langer worden. Het mannetje gaat gewapend met een fototoestel de huidige staat van mijn woning onderzoeken.

Misschien dat het mannetje in het rode lijnenspel een geheime boodschap voor generzijde ziet. “Nee, zover ik weet ben ik niet paranormaal begaafd.” Het mannetje neemt daar geen genoegen mee. “Hmmm, misschien bent u het wel, maar loopt u er voor weg?” Nu loop ik graag voor dingen weg, vooral voor keuzes en verantwoordelijkheid. Antwoorden doe ik ook nooit graag. Hoe minder spraakzaam, des te mysterieuzer mensen mij vinden. “Ik heb dan wel een groot hoofd, omtrek 61 centimeter, fijn dat u het vraagt, maar ben echt niet paranormaal begaafd!” In zijn oogjes twinkelt licht ongeloof. Hij geeft nog net geen knipoog om te laten zien dat we beiden eigenlijk wel beter weten en hij geen bezwaar ziet mijn geheim, nu ons geheim, voor zich te houden.

Op de radio klinkt If you don't wanna get pregnant, suck a dick van het hiphopcombo UTFO. Wijselijk besluit het mannetje hier niets over te zeggen. Hij maakt een ronde door mijn huis en raakt bijna in extase als hij mijn Smurfenverzameling ziet. “Zoveel heb ik er nog nooit gezien. Dat moeten ze allemaal zijn! Droogjes meld ik dat de andere helft van de verzameling bij mijn zus staat. De meer dan veertig Donald Duckverzamelmappen doen hem kwijlen. Niets ontgaat hem, elk scheurtje wordt geregistreerd. Hij moet zich inhouden een loshangende badkamertegel te aaien. Het mannetje begrijpt dat participatie onderzoekresultaten vervuilt. Het moet een droombaan zijn. Ongegeneerd huizen van wildvreemden van onder tot boven doorzoeken. Als ik hem was dan droeg ik tijdens zijn huisbezoeken een lange zwarte leren jas, zwarte leren laarzen en een zwarte pet waar men U tegen zegt.

Na de bouwwerkzaamheden zal het mannetje weer langskomen. Het wordt een voor-na-situatie, zoals te zien in afslankreclames, maar waarschijnlijk dan in omgekeerde vorm. Met een beetje geluk hoeft hij helemaal niet komen, want dan is mijn woning al ingestort. Mijn rode tapijt kleurt zwart van het opkomende grondwater, muren hangen uit het lood en met de nieuwbouw hier tegenover zal ik binnenkomend zonlicht weer moeten missen. Ik wil hier weg, niet uit de buurt, uit dit huis. Op de eerste heipaal die de grond ingaat, staat mijn naam geschreven.


Vereeuwigd door Seco
Lof & Haat | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 17


Jaar van de Os
Muziek/Concert | 27 Oktober 2009 | 22:07:41

Jaar van de Os


(Melkweg, 26 september 2009)

Dit is mijn jaar: 2009, het Jaar van de Os. Twee maanden geleden kreeg ik een Chinese horoscoop overhandigd. De os: standvastig, betrouwbaar, excentriek en principieel. Koppig, maar heeft voortdurend gelijk. Tsja, het staat in de sterren, oude wijsgeren met hangsnorren hebben er zich over gebogen, dus het moet waar zijn.

Er zijn meer tekens dat ik terecht in het Jaar van de Os geboren ben. Ruim zes jaar lang heb ik bijvoorbeeld in het beruchte Osdorp gewoond, ben liefhebber van ossenworst en sinds 1992 volger van de Osdorp Posse. De confrontatie met mijn voortschrijdende ouderdom deed me  zes jaar geleden besluiten nooit meer een OP-concert te bezoeken. Sinds die moedige beslissing heb ik ze vier keer gezien. Hoezo standvastig? Vandaag is de laatste keer dat ik de OP mag aanschouwen, reünies voorbehouden. De bandleden zijn allen bijna veertig. Het is genoeg geweest. Het moet geen Rolling Stones worden.

Dit afschijtconcert zal nooit de optredens in Enkhuizen en Osdorp kunnen evenaren. Toch is de kans groot dat de OP beter voor de dag komt dan een half jaar geleden toen ik ze in Amstelveen zag. De P60 was voornamelijk gevuld met pubers. Het is hoopgevend dat een deel van de jeugd een goede smaak ontwikkelt, maar ik voelde me oud. De OP speelde voor mijn gevoel enigszins op de automatische piloot. Met mijn armen over elkaar constateerde ik dat het ontbinden van de OP een wijs besluit was.

In De Melkweg was de gemiddelde leeftijd significant hoger. Opvallend veel kale koppen zonder nekken. Armen als kabels, ogen op schoteltjes. Hier en daar een meisje. Platenbazin Miss Djax bijvoorbeeld. Zij overhandigde de OP een gouden plaat voor hun album Afslag Osdorp. Vanwege het joelende publiek kreeg ze voor een speech geen gelegenheid. De mannen juichten ook voor elke stagedivende vrouw. Met T-shirt of zonder, of ze nou grote tieten had of niet. Sowieso was het een komen en gaan van stagedivers. Normaal gesproken is dit verboden, maar tegen zo’n overmacht staat de Melkwegbeveiliging machteloos. Als elke stagediver of roker de Melkweg werd uitgegooid, zou de OP binnen het kwartier voor een lege zaal spelen.

Het concert was goed, doch niet zo legendarisch zoals een afscheid kan zijn. Het feit dat er geen drumstel op het podium stond, deed het ergste vrezen. Ik had gehoopt dat allerlei bandjes waarmee de OP de afgelopen twintig jaar een collaboratie waren aangegaan even langs zouden komen. Maar geen Nembrionische Hammermannen, geen Heideroosjes, geen Blind Justice, geen Labirintho. Wel een paar Onderhonden, maar die waren er toch al om het voorprogramma te verzorgen.

De derde toegift betekende het definitieve einde. De zaal schreeuwde al geruime tijd Geen slaap tot Osdorp. Het intro was het startschot om massaal naar voren te rennen. Als zalmen werkte iedereen zich het podium op. Na het slotakkoord stortten ze zich als een menselijke waterval weer de zaal in. Wat restte was de OP. En daarna leegte.


Vereeuwigd door Seco
Lof & Haat | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 13


Jello Biafra & Band
Muziek/Concert | 06 September 2009 | 16:45:53

Jello Biafra and the Guantanomo School of Medicine


(Paradiso, 1 september 2009)

“Ik ben mijn midlife crisis voorbij,” zucht mijn concertmaat als we aan de andere kant van de Weteringschans Paradiso zien leeg druppelen. Als een ouwe grijze vetzak een zaal zo naar zijn hand weet te zetten, is er plots toekomst voor mannen die voorin de veertig zijn en worstelen met hun leven.

Paradiso zit vol ouwe zakken. Iedereen hoopt dat Jello Biafra de Dead Kennedyscatalogus van voor naar achteren speelt en weer terug. Ze worden enigszins op hun wenken bediend. Biafra is niet te beroerd om Let’s lynch the landlord en California über alles te spelen. Zelf vorm ik een lichte uitzondering, want ik bid stilletjes dat Biafra voor even verandert in Count Ringworm en dat zich bij de band een enge man met hoge hoed en donkere zonnebril voegt. Helaas, Hypo Luxa is in Hell Paso gebleven om zijn honden uit te laten. Toch komt de vertrouwde nerveuze Lardvibe even naar voren tijdens het uit een staccato gitaarriff opgebouwde Three strikes.

Ouwe zakken hebben iets vertederends en koddigs. Ze duiken met hun kunstheupen vol overgave de moshpit in om tien seconden later te bedenken dat ze een bril dragen. Ze springen uit de pit, geven hun bril af aan een omstander en duiken halfblind de pit weer in. Vetkwabben en mannenborsten vliegen in het rond. Lege bierglazen worden naar het podium gegooid en belanden opvallend vaak op het hoofd van Biafra, die vervolgens Amsterdam looft voor haar drang naar recycling. Tegen het podium hangt een vies korstig zielig punkvrouwtje. Haar lamme been heeft ze over haar kruk geslagen. Een plastic glas raakt haar hoofd. Ze kermt van de pijn. Ik moet altijd lachen om huilende mensen.

Het is ongelooflijk, maar Biafra klinkt precies als twintig jaar terug. Lispelend, sprekend met consumptie, bevlogen. Hetzelfde hoge stemmetje, dat voor sommigen misschien snel op de zenuwen werkt. Biafra komt op in slagersjas en latex handschoenen. Als hij de slagersjas uitdoet, blijkt dat zijn broek maar net zijn enorme kont in bedwang kan houden. De show is ook goed te volgen voor de doven onder ons, want Biafra beeldt met weidse armgebaren uit wat hij zingt. Hij doet een kantoorslaaf na, geeft Obama en Bush een schop onder hun hol, draait een pirouette, steekt met opgeheven wijsvinger misstanden aan de kaak. Zijn aankondigingen zijn lang. Iemand schreeuwt dat hij niet moet zeiken, maar met oplossingen moet komen. Sowieso gaan maar weinig vuisten instemmend de lucht in. De anarchisten van toen hebben nu grote mensenzaken aan hun hoofd. ‘Hoe los ik mijn hypotheek af?’ en ‘Waar vind ik buienschoolse opvang voor mijn zoontje?’ zijn dilemma’s die het publiek meer aanspreken dan globalisatie en het verrotte gezondheidssysteem in de VS.

Kein geloel, Fussballen! We zijn hier niet voor een spoken word performance, maar voor een dampend punkconcert. De nummers van het nieuwe album Audacity Of Hype kunnen zich redelijk meten met de klassiekers. De band bestaat uit leden van Victims Family, Ween, Rollins Band en Butthole Surfers. Ze spelen strak, wat geen wonder is met twee broeders in de ritmesectie. Over gitarist Kimo Ball heb ik eerst even mijn twijfels. Zo jong, dat hij bijna vrouwelijk overkomt. Hij lijkt zestien, doch speelt als een punkveteraan. Ball schudt surfriedels en puntige solo’s losjes uit zijn mouw. Tijdens Holiday in Cambodia ontstaat misschien de grootste moshpit die ik ooit in Paradiso gezien heb. Biafra springt het publiek in. Crowdsurfend maakt hij een ereronde door de zaal. De jeugd moet dood. Leve de ouwe zakken!

Vereeuwigd door Seco
Lof & Haat | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 35


Pukkelpop
Muziekfestivals/Pukkelpop | 28 Augustus 2009 | 23:33:38

Pukkelpop


(Kiewit Hasselt; 20, 21 en 22 augustus 2009)

Begin jaren ’90 traden de restanten van The Velvet Underground op in Paradiso. Kaartjes kostten geloof ik een kleine 150 gulden. Iedereen sprak er schande. Ik vond het ook een exorbitant bedrag voor een band die ik toentertijd zwaar overschat vond. Pas nu kan ik mij inleven in de keuze van de mensen die koste wat kost het concert wilden bijwonen. Ik ben namelijk zo gek om 300 euro (festivalticket, een treinkaartje, voedsel en veel drank) neer te tellen, voornamelijk om de reünie van Faith No More mee te kunnen maken.

FNM is mijn favoriete band aller tijden. Soms zijn er periodes dat ze door Coil of Ministry van het ereschavot worden geduwd, maar uiteindelijk zegeviert de Mike Patton Experience met Puffy’s natte-krantenslagwerk. Ze komen het podium op in wit kostuum. Het lijkt een combo uit een ranzige hotelbar. Het wordt nog ranziger als Patton steunend op een wandelstok met falsetstem Reunited van Peaches & Herb zingt. Daarna begint een greatest hits show, waarvan de setlist voor kleine verbeteringen vatbaar is. Tot mijn verrassing komt RV langs. Er is een onverwacht rustpunt als tijdens Midlife crisis de show wordt stilgelegd. Een idioot probeerde de stagediven van het meters hoge podium en haalde net het publiek niet. Zijn tanden liggen nu ergens begraven op de festivalweide. Om de sfeer te verlichten human-beatboxt Patton een mopje Popcorn. Tijdens het epische King for a day is Patton druk in de weer met een megafoon. Het outro bestaat uit een geluidslandschap, dat hij creëert met een chique vocoder. De set wordt besloten met een vinnige uitvoering van Just a man. Patton klimt het podium af en duwt het volk dat voor het publiek staat een microfoon onder de neus. De journalisten, beveiligers en druk telefonerende vips krijgen een corrigerende tik, omdat ze het refrein niet kunnen meezingen. Tenslotte spuugt Patton in de camera. Een dikke klodder kruipt tergend traag naar beneden, de concertregistratie een soft-focus tintje gevend. Krankzinnig, briljant en legendarisch optreden!

Naar verluidt is het de heetste dag ooit in de geschiedenis van Pukkelpop. Hitte brengt droogte met zich mee, droogte opwaaiend stof. Het stof nestelt zich in mijn neusholte, zorgt voor keiharde zwarte korsten. Het terrein is een kerkhof van lege plastic flesjes, festivalgangers zwalken als zombies rond. Ik steek mijn hoofd onder een kraantje ter verkoeling. Binnen enkele minuten is het water verdampt. Het opgedroogde zweet maakt van mijn haar een mighty dread. Mijn ouwe buurman uit Ozzdorp beleeft deze editie zijn festivalontmaagding. Hij slaat zich er moedig doorheen, ondanks zijn lichte smetvrees. Zijn keuze om in een hotel te overnachten, begin ik te begrijpen. Bivakkeren op een camping begint zijn tol te eisen. IJskoude nachten, lallende met ketchupsmijtende Vlaamse pubers, twee tieners die in de tent naast mij (effectief een halve meter verderop) kreunend een ander soort festivalontmaagding beleven. Gelukkig zien de Dixi’s er wonderbaarlijk schoon uit en is er geen rij voor de douches om negen uur ’s avonds.

Op dezelfde weide waar Pukkelpop plaatsvindt, was een week eerder Rimpelrock met halfvergane artiesten als Clouseau en Billy Ocean. Pukkelpop 2009 heeft ook geriatrische trekjes. Faith No More, Kraftwerk, Life Of Agony, Dinosaur (!) JR., The Living End, Jesus Lizard: ze hebben allemaal hun hoogtijdagen achter zich. En toch overtuigen ze wederom, op het wel erg zielloze Kraftwerk na. Ik doe een paar pogingen om voor mij onbekende bands te bekijken, maar op het heerlijk opgefokte Future Of The Left, Madensuyu (Sonic Youth meets The God Machine), Hank III & Assjack (oercountry met een dubbele bassmetaldrum) en de hilarische Puppetmasterz (hiphoppende Muppets) na, begint het redelijk snel te vervelen. Steeds sterker krijg ik het gevoel dat nieuwe bands mij niet meer kunnen bekoren. Met alle liefde blijf ik hangen in het verleden. Het is een gevoel dat nergens op slaat. In october ga ik de Fuck Buttons en Health bekijken in de Melkweg. Relatief nieuwe bands, die me hopelijk enorm doen verrassen. Moedig en plezant voorwaarts!

Vereeuwigd door Seco
Lof & Haat | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 61


Waard
Amsterdam/Wonen | 18 Augustus 2009 | 22:50:31

Waard


(18 augustus 2009)

De sleutel wil niet draaien. Er zit iets in het slot wat de boel blokkeert, frustreert. Het is fraai weer. Ik ga op de stoep zitten, diep mijn stoffige telefoon uit de vorige eeuw op uit mijn tas en bel de woningbouwvereniging. De dame toont zich van haar meest dienstverlenende kant. Ter afsluiting vraagt ze mijn mobiele telefoonnummer, zodat ze me later kan terugbellen over wanneer de slotenmaker langskomt. Ik gebruik zelden mijn mobiel. Uit het blote hoofd gok ik tien cijfers. Een uur later zit ik nog steeds op de stoep. Het weer is erg fraai. De slotenmaker is niet komen opdagen, de dame van de woningbouw neemt de telefoon nier meer op. Het akelige gevoel bekruipt me dat ik minimaal een cijfer verkeerd heb gegokt. Het voordeel van op de stoep zitten is dat ik behoorlijk veel aanspraak heb van buurtbewoners. Na acht jaar raak ik hier langzaam geïntegreerd, gedemystificeerd. De buurvrouw van twee huizen verderop biedt aan via haar achtertuin naar mijn keuken te lopen. “Let niet op de rommel,” zegt ze als ik haar huis betreed. Normaal gesproken een irritante opmerking, want juist die woningen zien er superschoon uit. Haar huis is een zwijnenstal. Met een hink-stapsprong baan ik me door de rotzooi een weg richting haar achterdeur. Vervolgens hak ik een pad door een oerwoud van bamboe en hortensia’s.

Het scharnier van het bovenlicht van mijn keukenraam heb ik met een ijzerdraadje vastgezet, omdat ik te lui ben er een passend schroefje bij te zoeken. Ik hijs me op, trek het hor weg, steek mijn rechterbeen door het raam, dan mijn arm, en mijn romp. Balancerend op het kozijn zie ik twee meter lager de betonnen keukenvloer. Het scharnier priemt in mijn buik. Morgen waarschijnlijk een blauwe plek of een schaafwond rijker. Langzaam schuif ik verder totdat mijn voet net aan steun vindt op het randje van het aanrecht. Onder het spinrag, verdorde bladeren en dooie insecten, plof ik uiteindelijk in de keuken. Inbreken in mijn huis is zo simpel.

Twee maanden later: er zit een punaise in mijn nieuwe slot. Ik verdenk inmiddels die vette kutkinderen in mijn buurt. Eerst mijn slot molesteren en nu dit. Zij zien mij als een gemakkelijke prooi, een graatmagere verschijning, lichte bochel, geen greintje spiermassa, verdacht schommelend loopje. Kinderen wijzen me na, steken hun tong uit, gooien flessen stuk voor mijn fietsbanden, spugen op mijn hielen. In mijn jeugd werden mannen zoals ik bestempeld als kinderlokkers. Blijf uit hun buurt of maak hun leven onmogelijk. Hoor daar eigenlijk nooit meer iets van. Zouden kinderlokkers nog bestaan? Ik heb die kinderen nooit iets misdaan, hoewel ik daar vaak over droom, fantaseer, naar snak. Heb ze nooit fruit aangeboden met scheermesjes er in, nooit opgetreden als clown op een verjaardagsfeestje, ze nooit onzedelijk betast met een scherpe ijzeren pin. Kinderen zijn net katten: hoe meer je ze haat, des te dichterbij ze komen.

Mijn buurvrouw zegt dat die punaise misschien door een inbreker is aangebracht. Regelmatig verblijf ik een nachtje elders. De gordijnen zijn dan dicht. Inbrekers zouden volgens aloude spionagetradities via een punaise, een plakbandje of een met spuug vastgeplakte haar kunnen zien of ik meerdere dagen weg ben. In alle rust kunnen ze dan hun slag slaan. “Welke slag?” denk ik dan. Er valt niets te halen. Mijn computer stamt uit 2001 en is inmiddels niet vooruit te branden. Zelfs virussen hebben de moed opgegeven. Volle goede moed probeert dat ding elke keer updates binnen te halen om vervolgens tot de ontdekking te komen dat het systeem de updates niet trekt. Ik ben dan ruim een kwartier verder voordat Firefox of Word opgestart kan worden. Alles in mijn huis hangt van ellende aan elkaar. Zolang iets niet echt onherroepelijk stuk is, komt er geen vervanging. Mijn nieuwe koelkast zou een mooie buit zijn, maar ik zie een inbreker niet dat tientallen kilo’s wegende apparaat naar buiten slepen. Mijn muziekverzameling is alleen van persoonlijke waarde, want wat moet iemand in godsnaam met het verzamelde werk van Charlie Patton of een meesterwerkje van Whitehouse? Alleen de KDL-26U4000 zou nog iets op kunnen brengen bij een niet al te snuggere heler.

Misschien moet ik de deur gewoon standaard open laten staan. Een beetje dat plattelandgevoel naar Amsterdam brengen. Probeer maar: zet op je werk een zorgvuldig dichtgetapete doos op de gang met daarop ‘Afblijven!!!’ en je zal zien dat de doos binnen een uur opengebroken is. Hoe meer sloten, waarschuwingen, regels, des te groter de nieuwsgierigheid en de verleiding de wet te overtreden. U bent allen welkom. Kom vooral binnen! Verbaast u over de materiele leegte van mijn bestaan. De wereld zit in mijn hoofd. Mijn rijkdom op een spaarrekening.


Vereeuwigd door Seco

Lof & Haat | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 24


Parabool
Jarig | 01 Augustus 2009 | 00:18:10
Parabool

(1 augustus 2009)
 
als ik flink door paf
sta ik vandaag
ongeveer
op het middelpunt
van mijn leven
 
(hiep, hiep, hoera)


Vereeuwigd door Seco  
Lof & Haat | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 34


Behang
Muziek/Liedje van de dag | 28 Juli 2009 | 22:02:23

Behang


(28 juli 2009)

Mijn post-Tourdepressie heeft weer in volle hevigheid toegeslagen. Voor de komende 49 weken lijkt mijn leven zinloos. In de krant stond dat een kwart van de werknemers in de baas zijn tijd naar de Tour keek. Dit was mogelijk, omdat de baas vakantie vierde en de vakantietijd traditioneel een slappe periode schijnt te zijn. Daar kan ik me helemaal niets bij voorstellen. Wij draaien nu op halve bezetting. Het werk dat anderen laten liggen, komt op mijn bureau terecht. Ik het dus nu twee keer zo druk. Daar komt bij dat de doelgroep waar voor ik werk nooit vakantie heeft. Nou ja, eens in de zoveel tijd moeten ze in een Rijkshotel verblijven, all-inclusive, dus water en brood inbegrepen.

Op de werkvloer tettert FunX, Radio Decibel of Fresh FM. Het enige voordeel hiervan is, dat ik een beetje weet waar de jeugd tegenwoordig naar luistert. Mijn collega’s zijn de jeugdjaren soms al decennia geleden ontstegen. Luisteren naar de danceriedels op Fresh FM houdt ze blijkbaar jong. Of ze willen zich geforceerd jong voordoen. Zelf maak ik me zorgen. Als ik de Muziek voor de Jeugd nu al niet trek, hoe moet het dan als ik zestig ben en de muzikale generatiekloof immens is? Het is helemaal een kermis als iemand anders in de kantoortuin nog een radio aan zet. Van twee kanten word je dan bestookt met geluidsbehang. De situatie is slechts dragelijk indien alle collega’s tegelijkertijd een radio aan zouden zetten, elk op een andere zender. Er ontstaat een geluidsbrij die tegen white noise aanhangt. Pas dan zou ik in mijn element zijn. Soms loop ik grommend naar de radio en trap dat ding uit. Bij mijn collega’s slaat direct de stress toe. Zij kunnen niet omgaan met stilte. Stilte moet verbroken worden met conversaties over de avonturen van het afgelopen weekend, het weer en de plannen voor het komende weekend. Nog naarder voor hen is, dat het besef van stilte slechts verdrongen kan worden door werken.

Naar muziek luister je. Je gaat er voor zitten, desnoods liggen, neemt er tijd voor. Klanken komen tot je, bezinken in jouw hart, hersenen, ziel, onderbuik of in een ander lichaamsdeel. Achtergrondmuziek is een niet-bestaand woord. Muziek op de achtergrond blijft muziek. Ze grijpt je bij de oren, treedt daarmee naar de voorgrond. Betere termen voor melodieën in de verte zijn muzak of geluidsbehang. ‘Het is de plicht van de werknemer om de persoonlijk overeengekomen arbeid te verrichten naar beste weten en kunnen, op de afgesproken tijden. De werkgever regelt de werk- en rusttijden, en betaalt op de afgesproken tijdstippen het salaris.’ In deze definitie staat nergens dat werk gezellig moet zijn. Muzak leidt af, verlaagt de productiviteit. Uitzondering vormden greppelgravers, lossers en galeiroeiers: beroepen waar in teamverband een zware fysieke prestatie werd geleverd. Zij waren gebaat bij het repeterend geluid van een trommel, aangevuurd door een slavendrijver. Kantoorwerk vereist automatismen, denkwerk en inventiviteit. Muzak leidt daarbij af. Kantoorarbeiders die beweren dat muzak geen invloed heeft op hun werkzaamheden, zeggen eigenlijk dat hun takenpakket zo minimaal is, dat een mopje muzak de enige manier is om de werkdag te overleven. Omdat zij minder produceren dan door de werkgever vooraf verondersteld werd, rest de werkgever slechts twee oplossingen: het salaris verlagen of snijden in het aantal contracturen.

De iPod en mp3-speler worden misbruikt om de afstand van A naar B te verkorten. Afstand kan in dit geval gemeten worden in kilometers en minuten. Luisteren via een iPod is dus puur tijdverdrijf. “Ik luisterde vanmiddag naar Turbonegro en ging er sneller van fietsen!” hijgt ze. Retox, m’n reet! Wat ze eigenlijk had moeten zeggen: “Ik luisterde vanmiddag naar Turbonegro en moest mijn fiets tegen een brugleuning zetten.” Het is terecht, of in ieder geval volkomen logisch, dat fietsers met een iPod op hun kop, overhoop gereden worden door vrachtwagens. Muziek luister je niet om een treinreis, een autorit of een fietstocht te verkorten. Je kan er voor kunnen kiezen om tijdens een tochtje niets-aan-de-hand muzak te beluisteren. Maar waarom zou je luisteren naar muzak die geen enkele emotie opwekt? Het is fijner, spannender naar omgevingsgeluiden te luisteren. Het gedokker van een trein, het geruis van een auto of het geluid van een duif die door de spaken van een voorwiel vermalen wordt. Het grote verraad komt van de echte vinyl-o-fielen. Normaal gesproken moeten die niets hebben van niewerwetsigheden. Volgens hen is het mooie aan vinyl, dat je het kan bekijken, aanraken, ruiken. Het leeft. De naald slijpt de groef dieper en dieper, een wijnvlek verandert de klankkleur, stof maakt het geluid warmer. Een iPod is niets, een mp3 kan je niet vasthouden. Juist de vinyl-o-fielen zweren bij de iPod. Het mooie ontwerp wordt geroemd. Hij ligt lekker in de hand, glimt, soms krijgt hij een koosnaampje. De iPod is een fallussymbool. Een dildo waarmee je wel in het openbaar gezien mag worden.

Het gat tussen de cultuurbarbaren op mijn werk en de muziekfreaks in mijn omgeving is schrikbarend klein.Onder het mom van dat ze grote muziekliefhebbers zijn, moeten ze de hele dag een melodie horen. De muzak wordt slecht onderbroken door het telefoontje dat ze willen beantwoorden. De soundtrack van de echte wereld is te verwarrend. Een geluid van een bus is te monotoon, een drilboor te indringend, een vogel te schel. Er zit geen vierkwartsmaat onder en is daarom niet te plaatsen. Omgevingsgeluiden zijn net zo ontoegankelijk geworden als avant-gardistische free-jazz. Gemak rijmt op muzak.


Vereeuwigd door Seco

Lof & Haat 1 | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 99


Home   weblog sinds: 2006-04-08

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl