| |
 |
 Para
Wonen/Verhuizen
|
27 Oktober 2009 | 22:14:27
 |
Para
(27 october
2009)
Voor mijn deur
staat een mannetje met een mijnwerkerslamp op zijn hoofd en een laptop
vastgesnoerd aan zijn buik. “Meneer Crow? Ik kom uw huis taxeren,” zegt hij met
een breekbare stem. Direct heb ik sympathie voor hem, net zoals ik een zwak heb
voor dwalende blinden die hun stok zijn kwijtgeraakt en voor hondjes met
halsband die alleen over straat trippelen. Ik laat hem binnen. “Bent u
paranormaal begaafd? Ik voel iets in uw huis?”
Mijn gang is
tien meter lang. De muren waren wit geschilderd, maar dat werd al snel saai. Twee
dagen ben ik bezig geweest om met rood een ingewikkeld lijnen patroon op de
muren te verven. Ik noemde het de Psychedelic Freakout. Wellicht dat dit
kunstwerk naar een museum kan worden overgeplaatst en dus behouden blijft voor
toekomstige generaties. Mijn huidige huis staat namelijk op instorten. Aan de
overkant van mijn huis ligt nu braakliggend terrein. Over een aantal weken zal
geheid worden. De scheuren in mijn huis kunnen dan langer worden. Het mannetje
gaat gewapend met een fototoestel de huidige staat van mijn woning onderzoeken.
Misschien dat
het mannetje in het rode lijnenspel een geheime boodschap voor generzijde ziet.
“Nee, zover ik weet ben ik niet paranormaal begaafd.” Het mannetje neemt daar
geen genoegen mee. “Hmmm, misschien bent u het wel, maar loopt u er voor weg?” Nu
loop ik graag voor dingen weg, vooral voor keuzes en verantwoordelijkheid. Antwoorden
doe ik ook nooit graag. Hoe minder spraakzaam, des te mysterieuzer mensen mij
vinden. “Ik heb dan wel een groot hoofd, omtrek 61 centimeter, fijn dat u het
vraagt, maar ben echt niet paranormaal begaafd!” In zijn oogjes twinkelt licht
ongeloof. Hij geeft nog net geen knipoog om te laten zien dat we beiden
eigenlijk wel beter weten en hij geen bezwaar ziet mijn geheim, nu ons geheim,
voor zich te houden.
Op de radio
klinkt If you don't wanna get pregnant, suck a dick van het hiphopcombo UTFO.
Wijselijk besluit het mannetje hier niets over te zeggen. Hij maakt een ronde
door mijn huis en raakt bijna in extase als hij mijn Smurfenverzameling ziet. “Zoveel
heb ik er nog nooit gezien. Dat moeten ze allemaal zijn! Droogjes meld ik dat
de andere helft van de verzameling bij mijn zus staat. De meer dan veertig
Donald Duckverzamelmappen doen hem kwijlen. Niets ontgaat hem, elk scheurtje
wordt geregistreerd. Hij moet zich inhouden een loshangende badkamertegel te
aaien. Het mannetje begrijpt dat participatie onderzoekresultaten vervuilt. Het
moet een droombaan zijn. Ongegeneerd huizen van wildvreemden van onder tot
boven doorzoeken. Als ik hem was dan droeg ik tijdens zijn huisbezoeken een
lange zwarte leren jas, zwarte leren laarzen en een zwarte pet waar men U tegen
zegt.
Na de
bouwwerkzaamheden zal het mannetje weer langskomen. Het wordt een
voor-na-situatie, zoals te zien in afslankreclames, maar waarschijnlijk dan in
omgekeerde vorm. Met een beetje geluk hoeft hij helemaal niet komen, want dan
is mijn woning al ingestort. Mijn rode tapijt kleurt zwart van het opkomende
grondwater, muren hangen uit het lood en met de nieuwbouw hier tegenover zal ik
binnenkomend zonlicht weer moeten missen. Ik wil hier weg, niet uit de buurt,
uit dit huis. Op de eerste heipaal die de grond ingaat, staat mijn naam
geschreven.
Vereeuwigd
door Seco
|
|
|
 |
 |
 Jaar van de Os
Muziek/Concert
|
27 Oktober 2009 | 22:07:41
 |
Jaar van de Os
(Melkweg, 26 september 2009)
Dit is mijn
jaar: 2009, het Jaar van de Os. Twee maanden geleden kreeg ik een Chinese
horoscoop overhandigd. De os: standvastig, betrouwbaar, excentriek en
principieel. Koppig, maar heeft voortdurend gelijk. Tsja, het staat in de
sterren, oude wijsgeren met hangsnorren hebben er zich over gebogen, dus het
moet waar zijn.
Er zijn meer
tekens dat ik terecht in het Jaar van de Os geboren ben. Ruim zes jaar lang heb
ik bijvoorbeeld in het beruchte Osdorp gewoond, ben liefhebber van ossenworst
en sinds 1992 volger van de Osdorp Posse. De confrontatie met mijn
voortschrijdende ouderdom deed me zes
jaar geleden besluiten nooit meer een OP-concert te bezoeken. Sinds die moedige
beslissing heb ik ze vier keer gezien. Hoezo standvastig? Vandaag is de laatste
keer dat ik de OP mag aanschouwen, reünies voorbehouden. De bandleden zijn
allen bijna veertig. Het is genoeg geweest. Het moet geen Rolling Stones worden.
Dit
afschijtconcert zal nooit de optredens in Enkhuizen en Osdorp kunnen evenaren. Toch
is de kans groot dat de OP beter voor de dag komt dan een half jaar geleden
toen ik ze in Amstelveen zag. De P60 was voornamelijk gevuld met pubers. Het is
hoopgevend dat een deel van de jeugd een goede smaak ontwikkelt, maar ik voelde
me oud. De OP speelde voor mijn gevoel enigszins op de automatische piloot. Met
mijn armen over elkaar constateerde ik dat het ontbinden van de OP een wijs
besluit was.
In De Melkweg
was de gemiddelde leeftijd significant hoger. Opvallend veel kale koppen zonder
nekken. Armen als kabels, ogen op schoteltjes. Hier en daar een meisje. Platenbazin
Miss Djax bijvoorbeeld. Zij overhandigde de OP een gouden plaat voor hun album
Afslag Osdorp. Vanwege het joelende publiek kreeg ze voor een speech geen
gelegenheid. De mannen juichten ook voor elke stagedivende vrouw. Met T-shirt
of zonder, of ze nou grote tieten had of niet. Sowieso was het een komen en
gaan van stagedivers. Normaal gesproken is dit verboden, maar tegen zo’n
overmacht staat de Melkwegbeveiliging machteloos. Als elke stagediver of roker
de Melkweg werd uitgegooid, zou de OP binnen het kwartier voor een lege zaal
spelen.
Het concert
was goed, doch niet zo legendarisch zoals een afscheid kan zijn. Het feit dat
er geen drumstel op het podium stond, deed het ergste vrezen. Ik had gehoopt
dat allerlei bandjes waarmee de OP de afgelopen twintig jaar een collaboratie
waren aangegaan even langs zouden komen. Maar geen Nembrionische Hammermannen,
geen Heideroosjes, geen Blind Justice, geen Labirintho. Wel een paar
Onderhonden, maar die waren er toch al om het voorprogramma te verzorgen.
De derde
toegift betekende het definitieve einde. De zaal schreeuwde al geruime tijd
Geen slaap tot Osdorp. Het intro was het startschot om massaal naar voren te
rennen. Als zalmen werkte iedereen zich het podium op. Na het slotakkoord
stortten ze zich als een menselijke waterval weer de zaal in. Wat restte was de
OP. En daarna leegte.
Vereeuwigd
door Seco
|
|
|
 |
 Jello Biafra & Band
Muziek/Concert
|
06 September 2009 | 16:45:53
 |
Jello Biafra and the Guantanomo School of Medicine
(Paradiso, 1 september
2009)
“Ik ben mijn
midlife crisis voorbij,” zucht mijn concertmaat als we aan de andere kant van
de Weteringschans Paradiso zien leeg druppelen. Als een ouwe grijze vetzak een
zaal zo naar zijn hand weet te zetten, is er plots toekomst voor mannen die
voorin de veertig zijn en worstelen met hun leven.
Paradiso zit
vol ouwe zakken. Iedereen hoopt dat Jello Biafra de Dead Kennedyscatalogus van
voor naar achteren speelt en weer terug. Ze worden enigszins op hun wenken
bediend. Biafra is niet te beroerd om Let’s lynch the landlord en California
über alles te spelen. Zelf vorm ik een lichte uitzondering, want ik bid
stilletjes dat Biafra voor even verandert in Count Ringworm en dat zich bij de
band een enge man met hoge hoed en donkere zonnebril voegt. Helaas, Hypo Luxa
is in Hell Paso gebleven om zijn honden uit te laten. Toch komt de vertrouwde
nerveuze Lardvibe even naar voren tijdens het uit een staccato gitaarriff
opgebouwde Three strikes.
Ouwe zakken
hebben iets vertederends en koddigs. Ze duiken met hun kunstheupen vol overgave
de moshpit in om tien seconden later te bedenken dat ze een bril dragen. Ze
springen uit de pit, geven hun bril af aan een omstander en duiken halfblind de
pit weer in. Vetkwabben en mannenborsten vliegen in het rond. Lege bierglazen
worden naar het podium gegooid en belanden opvallend vaak op het hoofd van
Biafra, die vervolgens Amsterdam looft voor haar drang naar recycling. Tegen
het podium hangt een vies korstig zielig punkvrouwtje. Haar lamme been heeft ze
over haar kruk geslagen. Een plastic glas raakt haar hoofd. Ze kermt van de
pijn. Ik moet altijd lachen om huilende mensen.
Het is
ongelooflijk, maar Biafra klinkt precies als twintig jaar terug. Lispelend,
sprekend met consumptie, bevlogen. Hetzelfde hoge stemmetje, dat voor sommigen
misschien snel op de zenuwen werkt. Biafra komt op in slagersjas en latex
handschoenen. Als hij de slagersjas uitdoet, blijkt dat zijn broek maar net
zijn enorme kont in bedwang kan houden. De show is ook goed te volgen voor de
doven onder ons, want Biafra beeldt met weidse armgebaren uit wat hij zingt. Hij
doet een kantoorslaaf na, geeft Obama en Bush een schop onder hun hol, draait
een pirouette, steekt met opgeheven wijsvinger misstanden aan de kaak. Zijn
aankondigingen zijn lang. Iemand schreeuwt dat hij niet moet zeiken, maar met
oplossingen moet komen. Sowieso gaan maar weinig vuisten instemmend de lucht
in. De anarchisten van toen hebben nu grote mensenzaken aan hun hoofd. ‘Hoe los
ik mijn hypotheek af?’ en ‘Waar vind ik buienschoolse opvang voor mijn
zoontje?’ zijn dilemma’s die het publiek meer aanspreken dan globalisatie en
het verrotte gezondheidssysteem in de VS.
Kein geloel, Fussballen!
We zijn hier niet voor een spoken word performance, maar voor een dampend
punkconcert. De nummers van het nieuwe album Audacity Of Hype kunnen zich
redelijk meten met de klassiekers. De band bestaat uit leden van Victims
Family, Ween, Rollins Band en Butthole Surfers. Ze spelen strak, wat geen
wonder is met twee broeders in de ritmesectie. Over gitarist Kimo Ball heb ik
eerst even mijn twijfels. Zo jong, dat hij bijna vrouwelijk overkomt. Hij lijkt
zestien, doch speelt als een punkveteraan. Ball schudt surfriedels en puntige
solo’s losjes uit zijn mouw. Tijdens Holiday in Cambodia ontstaat misschien de
grootste moshpit die ik ooit in Paradiso gezien heb. Biafra springt het publiek
in. Crowdsurfend maakt hij een ereronde door de zaal. De jeugd moet dood. Leve
de ouwe zakken!
Vereeuwigd
door Seco
|
|
|
 |
 Pukkelpop
Muziekfestivals/Pukkelpop
|
28 Augustus 2009 | 23:33:38
 |
Pukkelpop
(Kiewit Hasselt; 20, 21 en 22 augustus 2009)
Begin jaren
’90 traden de restanten van The Velvet Underground op in Paradiso. Kaartjes
kostten geloof ik een kleine 150 gulden. Iedereen sprak er schande. Ik vond het
ook een exorbitant bedrag voor een band die ik toentertijd zwaar overschat
vond. Pas nu kan ik mij inleven in de keuze van de mensen die koste wat kost
het concert wilden bijwonen. Ik ben namelijk zo gek om 300 euro
(festivalticket, een treinkaartje, voedsel en veel drank) neer te tellen,
voornamelijk om de reünie van Faith No More mee te kunnen maken.
FNM is mijn
favoriete band aller tijden. Soms zijn er periodes dat ze door Coil of Ministry
van het ereschavot worden geduwd, maar uiteindelijk zegeviert de Mike Patton
Experience met Puffy’s natte-krantenslagwerk. Ze komen het podium op in wit
kostuum. Het lijkt een combo uit een ranzige hotelbar. Het wordt nog ranziger
als Patton steunend op een wandelstok met falsetstem Reunited van Peaches &
Herb zingt. Daarna begint een greatest hits show, waarvan de setlist voor
kleine verbeteringen vatbaar is. Tot mijn verrassing komt RV langs. Er is
een onverwacht rustpunt als tijdens Midlife crisis de show wordt stilgelegd. Een
idioot probeerde de stagediven van het meters hoge podium en haalde net het
publiek niet. Zijn tanden liggen nu ergens begraven op de festivalweide. Om de
sfeer te verlichten human-beatboxt Patton een mopje Popcorn. Tijdens het
epische King for a day is Patton druk in de weer met een megafoon. Het outro
bestaat uit een geluidslandschap, dat hij creëert met een chique vocoder. De
set wordt besloten met een vinnige uitvoering van Just a man. Patton klimt het
podium af en duwt het volk dat voor het publiek staat een microfoon onder de
neus. De journalisten, beveiligers en druk telefonerende vips krijgen een
corrigerende tik, omdat ze het refrein niet kunnen meezingen. Tenslotte spuugt
Patton in de camera. Een dikke klodder kruipt tergend traag naar beneden, de
concertregistratie een soft-focus tintje gevend.
Krankzinnig, briljant en legendarisch optreden!
Naar verluidt
is het de heetste dag ooit in de geschiedenis van Pukkelpop. Hitte brengt
droogte met zich mee, droogte opwaaiend stof. Het stof nestelt zich in mijn
neusholte, zorgt voor keiharde zwarte korsten. Het terrein is een kerkhof van
lege plastic flesjes, festivalgangers zwalken als zombies rond. Ik steek mijn
hoofd onder een kraantje ter verkoeling. Binnen enkele minuten is het water
verdampt. Het opgedroogde zweet maakt van mijn haar een mighty dread. Mijn ouwe
buurman uit Ozzdorp beleeft deze editie zijn festivalontmaagding. Hij slaat
zich er moedig doorheen, ondanks zijn lichte smetvrees. Zijn keuze om in een
hotel te overnachten, begin ik te begrijpen. Bivakkeren op een camping begint
zijn tol te eisen. IJskoude nachten, lallende met ketchupsmijtende Vlaamse
pubers, twee tieners die in de tent naast mij (effectief een halve meter
verderop) kreunend een ander soort festivalontmaagding beleven. Gelukkig zien
de Dixi’s er wonderbaarlijk schoon uit en is er geen rij voor de douches om
negen uur ’s avonds.
Op dezelfde
weide waar Pukkelpop plaatsvindt, was een week eerder Rimpelrock met
halfvergane artiesten als Clouseau en Billy Ocean. Pukkelpop 2009 heeft ook
geriatrische trekjes. Faith No More, Kraftwerk, Life Of Agony, Dinosaur (!)
JR., The Living End, Jesus Lizard: ze hebben allemaal hun hoogtijdagen achter
zich. En toch overtuigen ze wederom, op het wel erg zielloze Kraftwerk na. Ik
doe een paar pogingen om voor mij onbekende bands te bekijken, maar op het
heerlijk opgefokte Future Of The Left, Madensuyu (Sonic Youth meets The God
Machine), Hank III & Assjack (oercountry met een dubbele bassmetaldrum) en
de hilarische Puppetmasterz (hiphoppende Muppets) na, begint het redelijk snel
te vervelen. Steeds sterker krijg ik het gevoel dat nieuwe bands mij niet meer
kunnen bekoren. Met alle liefde blijf ik hangen in het verleden. Het is een
gevoel dat nergens op slaat. In october ga ik de Fuck Buttons en Health
bekijken in de Melkweg. Relatief nieuwe bands, die me hopelijk enorm doen
verrassen. Moedig en plezant voorwaarts!
Vereeuwigd door Seco
|
|
|
 |
 Waard
Amsterdam/Wonen
|
18 Augustus 2009 | 22:50:31
 |
Waard
(18 augustus
2009)
De sleutel wil
niet draaien. Er zit iets in het slot wat de boel blokkeert, frustreert. Het is
fraai weer. Ik ga op de stoep zitten, diep mijn stoffige telefoon uit de vorige
eeuw op uit mijn tas en bel de woningbouwvereniging. De dame toont zich van
haar meest dienstverlenende kant. Ter afsluiting vraagt ze mijn mobiele
telefoonnummer, zodat ze me later kan terugbellen over wanneer de slotenmaker
langskomt. Ik gebruik zelden mijn mobiel. Uit het blote hoofd gok ik tien
cijfers. Een uur later zit ik nog steeds op de stoep. Het weer is erg fraai. De
slotenmaker is niet komen opdagen, de dame van de woningbouw neemt de
telefoon nier meer op. Het akelige gevoel bekruipt me dat ik minimaal een cijfer
verkeerd heb gegokt. Het voordeel van op de stoep zitten is dat ik behoorlijk
veel aanspraak heb van buurtbewoners. Na acht jaar raak ik hier langzaam
geïntegreerd, gedemystificeerd. De buurvrouw van twee huizen verderop biedt aan
via haar achtertuin naar mijn keuken te lopen. “Let niet op de rommel,” zegt ze
als ik haar huis betreed. Normaal gesproken een irritante opmerking, want juist
die woningen zien er superschoon uit. Haar huis is een zwijnenstal. Met een
hink-stapsprong baan ik me door de rotzooi een weg richting haar achterdeur. Vervolgens
hak ik een pad door een oerwoud van bamboe en hortensia’s.
Het scharnier
van het bovenlicht van mijn keukenraam heb ik met een ijzerdraadje vastgezet,
omdat ik te lui ben er een passend schroefje bij te zoeken. Ik hijs me op, trek
het hor weg, steek mijn rechterbeen door het raam, dan mijn arm, en mijn romp. Balancerend
op het kozijn zie ik twee meter lager de betonnen keukenvloer. Het scharnier
priemt in mijn buik. Morgen waarschijnlijk een blauwe plek of een schaafwond
rijker. Langzaam schuif ik verder totdat mijn voet net aan steun vindt op het
randje van het aanrecht. Onder het spinrag, verdorde bladeren en dooie
insecten, plof ik uiteindelijk in de keuken. Inbreken in mijn huis is zo
simpel.
Twee maanden
later: er zit een punaise in mijn nieuwe slot. Ik verdenk inmiddels die vette kutkinderen
in mijn buurt. Eerst mijn slot molesteren en nu dit. Zij zien mij als een
gemakkelijke prooi, een graatmagere verschijning, lichte bochel, geen greintje
spiermassa, verdacht schommelend loopje. Kinderen wijzen me na, steken hun tong
uit, gooien flessen stuk voor mijn fietsbanden, spugen op mijn hielen. In mijn
jeugd werden mannen zoals ik bestempeld als kinderlokkers. Blijf uit hun buurt
of maak hun leven onmogelijk. Hoor daar eigenlijk nooit meer iets van. Zouden
kinderlokkers nog bestaan? Ik heb die kinderen nooit iets misdaan, hoewel ik
daar vaak over droom, fantaseer, naar snak. Heb ze nooit fruit aangeboden met
scheermesjes er in, nooit opgetreden als clown op een verjaardagsfeestje, ze
nooit onzedelijk betast met een scherpe ijzeren pin. Kinderen zijn net katten:
hoe meer je ze haat, des te dichterbij ze komen.
Mijn buurvrouw
zegt dat die punaise misschien door een inbreker is aangebracht. Regelmatig
verblijf ik een nachtje elders. De gordijnen zijn dan dicht. Inbrekers zouden
volgens aloude spionagetradities via een punaise, een plakbandje of een met
spuug vastgeplakte haar kunnen zien of ik meerdere dagen weg ben. In alle rust
kunnen ze dan hun slag slaan. “Welke slag?” denk ik dan. Er valt niets te
halen. Mijn computer stamt uit 2001 en is inmiddels niet vooruit te branden. Zelfs
virussen hebben de moed opgegeven. Volle goede moed probeert dat ding elke keer
updates binnen te halen om vervolgens tot de ontdekking te komen dat het
systeem de updates niet trekt. Ik ben dan ruim een kwartier verder voordat
Firefox of Word opgestart kan worden. Alles in mijn huis hangt van ellende aan
elkaar. Zolang iets niet echt onherroepelijk stuk is, komt er geen vervanging. Mijn
nieuwe koelkast zou een mooie buit zijn, maar ik zie een inbreker niet dat
tientallen kilo’s wegende apparaat naar buiten slepen. Mijn muziekverzameling
is alleen van persoonlijke waarde, want wat moet iemand in godsnaam met het
verzamelde werk van Charlie Patton of een meesterwerkje van Whitehouse? Alleen
de KDL-26U4000 zou nog iets op kunnen brengen bij een niet al te snuggere
heler.
Misschien moet
ik de deur gewoon standaard open laten staan. Een beetje dat plattelandgevoel
naar Amsterdam brengen. Probeer maar: zet op je werk een zorgvuldig
dichtgetapete doos op de gang met daarop ‘Afblijven!!!’ en je zal zien dat de
doos binnen een uur opengebroken is. Hoe meer sloten, waarschuwingen, regels,
des te groter de nieuwsgierigheid en de verleiding de wet te overtreden. U bent
allen welkom. Kom vooral binnen! Verbaast u over de materiele leegte van mijn
bestaan. De wereld zit in mijn hoofd. Mijn rijkdom op een spaarrekening.
Vereeuwigd door Seco
|
|
|
 |
 Parabool
Jarig
|
01 Augustus 2009 | 00:18:10
 |
Parabool
(1 augustus 2009)
als ik flink door paf
sta ik vandaag
ongeveer
op het middelpunt
van mijn leven
(hiep, hiep, hoera)
Vereeuwigd door Seco
|
|
|
 |
 Behang
Muziek/Liedje van de dag
|
28 Juli 2009 | 22:02:23
 |
Behang
(28 juli 2009)
Mijn
post-Tourdepressie heeft weer in volle hevigheid toegeslagen. Voor de komende
49 weken lijkt mijn leven zinloos. In de krant stond dat een kwart van de
werknemers in de baas zijn tijd naar de Tour keek. Dit was mogelijk, omdat de
baas vakantie vierde en de vakantietijd traditioneel een slappe periode schijnt
te zijn. Daar kan ik me helemaal niets bij voorstellen. Wij draaien nu op halve
bezetting. Het werk dat anderen laten liggen, komt op mijn bureau terecht. Ik
het dus nu twee keer zo druk. Daar komt bij dat de doelgroep waar voor ik werk
nooit vakantie heeft. Nou ja, eens in de zoveel tijd moeten ze in een
Rijkshotel verblijven, all-inclusive, dus water en brood inbegrepen.
Op de
werkvloer tettert FunX, Radio Decibel of Fresh FM. Het enige voordeel hiervan
is, dat ik een beetje weet waar de jeugd tegenwoordig naar luistert. Mijn
collega’s zijn de jeugdjaren soms al decennia geleden ontstegen. Luisteren naar
de danceriedels op Fresh FM houdt ze blijkbaar jong. Of ze willen zich geforceerd
jong voordoen. Zelf maak ik me zorgen. Als ik de Muziek voor de Jeugd nu al
niet trek, hoe moet het dan als ik zestig ben en de muzikale generatiekloof
immens is? Het is helemaal een kermis als iemand anders in de kantoortuin nog
een radio aan zet. Van twee kanten word je dan bestookt met geluidsbehang. De
situatie is slechts dragelijk indien alle collega’s tegelijkertijd een radio
aan zouden zetten, elk op een andere zender. Er ontstaat een geluidsbrij die
tegen white noise aanhangt. Pas dan zou ik in mijn element zijn. Soms loop ik
grommend naar de radio en trap dat ding uit. Bij mijn collega’s slaat direct de
stress toe. Zij kunnen niet omgaan met stilte. Stilte moet verbroken worden met
conversaties over de avonturen van het afgelopen weekend, het weer en de
plannen voor het komende weekend. Nog naarder voor hen is, dat het besef van
stilte slechts verdrongen kan worden door werken.
Naar muziek
luister je. Je gaat er voor zitten, desnoods liggen, neemt er tijd voor. Klanken
komen tot je, bezinken in jouw hart, hersenen, ziel, onderbuik of in een ander
lichaamsdeel. Achtergrondmuziek is een niet-bestaand woord. Muziek op de
achtergrond blijft muziek. Ze grijpt je bij de oren, treedt daarmee naar de
voorgrond. Betere termen voor melodieën in de verte zijn muzak of
geluidsbehang. ‘Het is de plicht van de werknemer om de persoonlijk
overeengekomen arbeid te verrichten naar beste weten en kunnen, op de
afgesproken tijden. De werkgever regelt de werk- en rusttijden, en betaalt op
de afgesproken tijdstippen het salaris.’ In deze definitie staat nergens dat
werk gezellig moet zijn. Muzak leidt af, verlaagt de productiviteit.
Uitzondering vormden greppelgravers, lossers en galeiroeiers: beroepen waar in
teamverband een zware fysieke prestatie werd geleverd. Zij waren gebaat bij het
repeterend geluid van een trommel, aangevuurd door een slavendrijver. Kantoorwerk
vereist automatismen, denkwerk en inventiviteit. Muzak leidt daarbij af. Kantoorarbeiders
die beweren dat muzak geen invloed heeft op hun werkzaamheden, zeggen eigenlijk
dat hun takenpakket zo minimaal is, dat een mopje muzak de enige manier is om
de werkdag te overleven. Omdat zij minder produceren dan door de werkgever
vooraf verondersteld werd, rest de werkgever slechts twee oplossingen: het salaris
verlagen of snijden in het aantal contracturen.
De iPod en
mp3-speler worden misbruikt om de afstand van A naar B te verkorten. Afstand
kan in dit geval gemeten worden in kilometers en minuten. Luisteren via een iPod
is dus puur tijdverdrijf. “Ik luisterde vanmiddag naar Turbonegro en ging er
sneller van fietsen!” hijgt ze. Retox, m’n reet! Wat ze eigenlijk had moeten
zeggen: “Ik luisterde vanmiddag naar Turbonegro en moest mijn fiets tegen een
brugleuning zetten.” Het is terecht, of in ieder geval volkomen logisch, dat
fietsers met een iPod op hun kop, overhoop gereden worden door vrachtwagens. Muziek
luister je niet om een treinreis, een autorit of een fietstocht te verkorten. Je
kan er voor kunnen kiezen om tijdens een tochtje niets-aan-de-hand muzak te
beluisteren. Maar waarom zou je luisteren naar muzak die geen enkele emotie
opwekt? Het is fijner, spannender naar omgevingsgeluiden te luisteren. Het
gedokker van een trein, het geruis van een auto of het geluid van een duif die
door de spaken van een voorwiel vermalen wordt. Het grote verraad komt van de
echte vinyl-o-fielen. Normaal gesproken moeten die niets hebben van
niewerwetsigheden. Volgens hen is het mooie aan vinyl, dat je het kan bekijken,
aanraken, ruiken. Het leeft. De naald slijpt de groef dieper en dieper, een
wijnvlek verandert de klankkleur, stof maakt het geluid warmer. Een iPod is
niets, een mp3 kan je niet vasthouden. Juist de vinyl-o-fielen zweren bij de
iPod. Het mooie ontwerp wordt geroemd. Hij ligt lekker in de hand, glimt, soms
krijgt hij een koosnaampje. De iPod is een fallussymbool. Een dildo waarmee je
wel in het openbaar gezien mag worden.
Het gat tussen
de cultuurbarbaren op mijn werk en de muziekfreaks in mijn omgeving is
schrikbarend klein.Onder het mom van dat ze grote muziekliefhebbers zijn,
moeten ze de hele dag een melodie horen. De muzak wordt slecht onderbroken door
het telefoontje dat ze willen beantwoorden. De soundtrack van de echte wereld
is te verwarrend. Een geluid van een bus is te monotoon, een drilboor te
indringend, een vogel te schel. Er zit geen vierkwartsmaat onder en is daarom
niet te plaatsen. Omgevingsgeluiden zijn net zo ontoegankelijk geworden als
avant-gardistische free-jazz. Gemak rijmt op muzak.
Vereeuwigd door Seco |
|
|
 |
 Oblivians
Muziek/Concert
|
11 Juli 2009 | 23:46:16
 |
Concert van het jaar
(Paradiso, 11 juli 2009)
JA JA JA !!!
(maar dat speelden The Oblivians dan weer niet)
Vereeuwigd door Seco
|
|
|
 |
 Nine Inch Nails
Muziek/Concert
|
09 Juli 2009 | 22:38:54
 |
Nine Inch
Nails
(HMH, 8 juli 2009)
Laat ik mezelf
voor 90% hetero noemen. Mijn overige 10% procent vindt frontman Trent Reznor
best wel een lekker ding. Dit deel komt vanavond niet aan zijn trekken, want
door de lichtshow verliest uit uiterlijk van Reznor zijn nuances. Sommige zalen
delen bij concerten oordopjes uit. Hier is een zonnebril meer op zijn plaats. Ik
tel aan elk van de zes trussen die boven het podium hangen veertig
fabriekslampen. Achter de drummer en toestenist staan zes zuilen behangen met
ledlichten. Tussen die zuilen in zijn van die woemp-woemp-lampen geplaatst. Aan
beide zijkanten staat een batterij stroboscopen in TL-buis formaat. Alles bij
elkaar zorgt het er voor dat het podium fel is uitgelicht. Het geeft Nine Inch Nails
een uitgebeend uiterlijk.
Vooraf leidt
NIN-liefhebber en Bierhalkenner Oom Sem me rondt in de HMH. Hij wijst me de
rookruimte aan: in de hal op een balkon. “Zin in een peuk?” Uiteraard. We lopen
naar de trap, stuiten op een rij. Even denken we dat het mensen zijn die hun
papiergeld willen omruilen voor drankmuntjes. Al snel blijkt dat de ruimte een
strak deurbeleid kent. Je mag er pas er in als iemand de rookruimte verlaat. De
peuken houden we dus maar even op zak.
Ik reken NIN
samen met Ministry en Skinny Puppy tot de big three op het gebied van industriële
metal. Vier jaar terug zag ik Skinny Puppy in de Melkweg: een draak van een
concert. Ministry heb ik vaker gezien. Dat ze niet meer bestaan, betreur ik nog
elke dag. NIN bezoek ik om mijn lijstje compleet te maken. Het is ook mijn
laatste kans, aangezien het hun afscheidstour is. Eerlijk gezegd heeft de
muziek van NIN mij nooit echt aangetrokken. Het is net niet hard genoeg.
Integendeel, het is vaak heel gevoelig. De teksten schijnen bijvoorbeeld je
hart te doorboren. Maar ik luister nooit naar teksten. En ik houd niet van
gezwijmel, want ik ben bijna een echte man, voor 90% hetero. NIN is voor
meisjes, NIN is voor jongens met piercings. Het publiek gaat helemaal op in de
muziek. Bij sommige nummers gaan gebogen armen ritmisch op-en-neer in de lucht.
Ik zie konten schudden. Ik waan me op Sensation. Head like a hole komt langs. “Check,”
denk ik en vink in mijn hoofd weer een concertervaring af die ik meegemaakt
moet hebben. De lichtprojectie op de muur van het niet-rokensymbool intrigeert
me.
Oom Sem leest
mijn gedachten “Ik moet pissen en ga dan roken,” schreeuwt hij in mijn oor. We
zien elkaar weer in de rookruimte, die nu weldadig rustig is. Op de tafels
staan enorme met zand gevulde asbakken waarin uitgedrukt honderden peuken,
rechtopstaand als kleine witgele grafzerkjes. Oom Sem mompelt iets over Pet
Shop Boys associaties en dat alles op tape staat. Ik ben blij met deze
negatieve aankeiler. Het is altijd link om een concert af te kraken, zeker in
de nabijheid van een liefhebber. Slecht voor de sfeer, negatief voor de
concertbelevenis. Om de avond nog stemmiger te maken begin ik over een crematie
waar ik afgelopen week was. Daar werd Papa van Stef Bos gedraaid en Conquest of
Paradise van Vangelis. Ik sputter iets over dooddoeners, clichés, tenenkrommende
momenten en dat als ik ooit verantwoordelijk zal zijn voor zo’n plechtigheid,
de muziekkeuze radicaal anders zal zijn. We hebben het over gevoel, muziek die
je raakt en nemen de alternatieve muziekscene van de afgelopen twintig jaar in
vogelvlucht door. Een gozer die les geeft in sounddesign vangt ons gesprek op
en vertelt over experimentele electronica en hoe hij tegenover zijn leerlingen
het begrip muziek probeert te definiëren. Oom Sem zegt dat hij niet gelooft in
definities. Ik krijg een hand van de sounddesigner als ik vertel dat het nummer
Machines (or back to human) van Queen in de industrialscene totaal over het
hoofd wordt gezien. Gedrieën komen we tot de conclusie dat we oud en verpest
zijn. We hebben teveel concerten gezien, teveel muziek gehoord, zodat we elke
nieuwe band, elk nieuw nummer, elke nieuwe stroming direct willen herleiden en
dan geneigd zijn te oordelen dat het ‘origineel’ beter was. Uiteindelijk staan
we bijna een uur in de rookruimte. Dit waren mijn duurste peuken ooit.
Wat zou er
gebeurd zijn als in de lente van 1992 een andere tape in de walkman van JR zat?
Ik kwam mijn oud-klasgenoot tegen in de trein naar Amsterdam. Hij had een
walkman bij zich. Ik vroeg wat hij luisterde. Hij gaf mij de oordopjes. Twee
seconden later denderde Ministry met NWO mijn schedel binnen. Eén van de
beslissende momenten in mijn leven. Sindsdien is Ministry mijn referentiekader
voor heel veel muziek, zeker in het geval van industriële metal. Stel nou dat
er op die tape NIN stond. Ik denk dat de stap van NIN naar Ministry makkelijker
is dan andersom. Vaak wil je steeds harder, steeds intenser. Dit betekent niet
dat je uiteindelijk eindigt bij brute deathmetal. Deltablues uit 1921 komt
waarschijnlijker veel harder aan. NIN is voor mij gewoon te makkelijk, te
poppy, gezellig voor mensen die zwartgalllig denken te zijn. Misschien was het
concert voorgeprogrammeerd, misschien zong Reznor hele mooie teksten. Het maakt
niet uit. NIN boeit me gewoon niet, wellicht door mijn referentiekader. In
ieder geval is mijn checklist nu bijna helemaal afgevinkt. Zaterdag The
Oblivians. Double check!
Vereeuwigd door Seco
|
|
|
 |
 AC/DC
|
24 Juni 2009 | 14:40:24
 |
AC/DC
(ArenA, 23 juni
2009)
Het voorspel
begint meestal een week van te voren. Nog zeven dagen tot het concert, nog zes
dagen. Op de dag zelf zit een knoop in mijn buik. De spanning hoopt zich op,
vanavond ga ik los. Ik schreeuw: “Let’s hit the fuckin’ road!” en sla de
voordeur achter me dicht. Nu is het anders. Vriendin PakaS is een enorme
Australië-fan en mede daarom houdt ze van AccadaccA. Ik ga mee, want AC/DC moet
je toch een keer gemaakt hebben. Tevens wil ik zien waar hun vieze neefjes
Turbonegro de mosterdgas vandaan hebben gehaald. Maar een concert in de ArenA?
Ik weet het niet.
De hele dag
ben ik kribbig. Ik heb weinig zin en bereid me op het ergste voor. Voor het
stadion heerst een festivalsfeer. Duizenden mensen in AC/DC-shirtjes, de grond
ligt bezaaid met rotzooi, bier vloeit, snacks druipen. In de ArenA nemen we
plaats op de tribune. Ver weg staat het podium. Ook hier een zee van boeren
gehuld in AC/DC shirtjes. Mijn humeur wordt slechter. Iemand roept:
“Feyenoord!!!” Ik pak de ArenA-card en ga drank halen. Er staat een enorme rij
voor de bar. Als ik bijna mijn bestelling kan doen, klinkt luid gejuich. Het
concert is begonnen. Voor me staat een meisje. De bardame schenkt bier in
megaglazen. Ik wil naar huis. Het meisje haalt de card door de machine. Er
blijkt te weinig geld op staan. “Maar kan ik dan met contant geld betalen?” De
bardame is onverbiddelijk. Het eerste nummer is gestart. Het meisje druipt boos
af. Met gevaar voor eigen leven, zoek ik onze zitplaatsen op. De boeren maken
met tegenzin ruimte voor me, kijken misprijzend naar de twee glaasjes wijn die
ik in mijn handen heb. Opeens voel ik me zeer verheven boven die 60.000 boeren.
“Dus dit vinden jullie harde muziek? Dus dit is jullie idee van een concert?
Stelletje sukkels! Als Sunn fokking O))) hier had gestaan en deze PA had
gebruikt, waren jullie huilend naar huis naar gerend en was dat gesloten dak
van die kolere-ArenA met veel geraas naar beneden gekomen. Mietjes,
teringlijers, stomme Brabo’s.” Mijn after-dinerdip speelt op, ik moet gapen. PakaS
schreeuwt mij bij over wat ik gemist heb. Als intro was er een filmpje waarin
een trein op collision course was. Het filmpje eindigde met een ontploffing. De
mistwolken trokken op en opeens stond er een enorme stoomlocomotief op het
podium. Mijn wijn sla ik in een keer achterover. Nog een kleine twee uur te
gaan. Wat een ellende.
Maar verdomd.
Een klein uur later is de zon onder gegaan, de ArenA schemerig. Overal zie je
roodverlichte duivelshoorntjes flikkeren. De lichtshow maakt van het podium een
enorme glitterbol. Stilaan krijg ik bewondering voor die vijftigers. Angus
Young en Brian Johnson trekken de show. Johnson is met zijn snerpende
kattengejank geen groot zanger, doch heeft een, uhhh, karakteristieke passende
stem. Young is geen wereldgitarist, maar weet dit te verhullen door een
geweldige act. Elke noot begeleidt hij
met een hap naar adem, als een goudvis op het droge. Hij rent, hinkelt, sloft
van links naar rechts over het podium, bespeelt het publiek en doet tijdens The
Jack een stripact. De overige drie bandleden leggen een degelijk rockbedje. Elk
metalcliché komt voorbij, maar AC/DC zijn de uitvinders van dit cliché, dus zij
mogen dat. Hoewel ik niet van de publiekparticipatie ben, is het een machtig
gezicht als veertigduizend vuisten de lucht in gaan bij Thunderstruck. Tijdens
Whole Lotta Rosie heeft een wulpse opblaaspop van twintig meter hoog, de
stoomtrein stevig tussen haar dijen geklemd. Haar borsten zijgen op-en-neer op
de maat van de muziek. Bij Let There Be Rock baadt het stadion in het licht. Op
de middenstip is een klein podium. Young rent daar naar toe, stapt op een lift
en geeft vervolgens een gitaarsolo van een kwartier. Een gozer voor mij brengt
in extase zijn handen naar zijn hoofd, barst vervolgens bijna in tranen uit. Zijn
vriend giet een halve glas bier over hem leeg. Het concert eindigt met For
Those About To Rock. Kanonnen rollen het podium op voor een knallend
slotakkoord. Vuurwerk daalt op ons neder.
Mijn
verwachtingen voor het concert waren zo laag, dat het alleen maar kon
meevallen. Ik heb het meegemaakt, ik heb het ondergaan. Het was fijn. Een
geweldig slim in elkaar gezette show, compleet over the top. Been there,
seen it, done it. Tot nooit meer. Cheers, mates!
Vereeuwigd door Seco
|
|
|
|
|
|